Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Die Aufgabe
[gender: feminine]
01
taak, opdracht
Etwas das man machen muss
Voorbeelden
Die Lehrerin gibt neue Aufgaben.
De lerares geeft nieuwe opdrachten.
02
plicht, verantwoordelijkheid
Eine Pflicht oder Verantwortung
Voorbeelden
Die Aufgabe ist wichtig.
De taak is belangrijk.



























