Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
auf sein
01
open zijn, niet op slot zijn
Nicht geschlossen oder nicht abgeschlossen sein
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
auf
basiswerkwoord
sein
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
bin auf
3e persoon enkelvoud
ist auf
onvoltooid deelwoord
aufseiend
onvoltooid verleden tijd
auf war
voltooid deelwoord
auf gewesen
Voorbeelden
Ist die Garage auf?
Is de garage open ?



























