anstellen
ans
ˈanʃ
ansh
te
te
llen
lən
lēn

Definitie en betekenis van "anstellen"in het Duits

anstellen
01

aanzetten, in werking stellen

Ein Gerät in Betrieb nehmen 
anstellen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
stellen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stelle an
3e persoon enkelvoud
stellt an
onvoltooid deelwoord
anstellend
onvoltooid verleden tijd
stellte an
voltooid deelwoord
angestellt
Voorbeelden
Kannst du das Licht anstellen? 

Kun je het licht aan doen?

02

aannemen, in dienst nemen

Jemanden in ein Arbeitsverhältnis nehmen 
anstellen definition and meaning
Voorbeelden
Die Firma stellt neue Mitarbeiter an. 

Het bedrijf werft nieuwe werknemers aan.

03

in de rij staan, aansluiten in de rij

Sich in eine Warteschlange einreihen 
anstellen definition and meaning
Voorbeelden
Die Leute stellen sich für Tickets an. 

Mensen staan in de rij voor kaartjes.

04

plaatsen, positioneren

Etwa an einer bestimmten Position platzieren 
anstellen definition and meaning
Voorbeelden
Stell die Flasche auf den Tisch an. 

Zet de fles op tafel.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store