Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
annehmen
01
aannemen, veronderstellen
Etwas als wahrscheinlich oder richtig vermuten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
nehmen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
nehme an
3e persoon enkelvoud
nimmt an
onvoltooid deelwoord
annehmend
onvoltooid verleden tijd
nahm an
voltooid deelwoord
angenommen
Voorbeelden
Man kann nicht immer alles annehmen, was gesagt wird.
Je kunt niet altijd alles aannemen wat er wordt gezegd.
02
accepteren, ontvangen
Etwas akzeptieren oder akzeptiert bekommen
Voorbeelden
Kannst du das Paket für mich annehmen?
Kun je het pakketje voor mij aannemen?



























