Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Anlass
01
gelegenheid, reden
Ein spezifischer Grund oder Auslöser für eine Handlung oder Reaktion
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Anlasses
meervoudsvorm
Anlässe
Voorbeelden
Seine Worte boten keinen Anlass zum Lachen.
Zijn woorden boden geen enkele aanleiding tot lachen.
02
gelegenheid, gebeurtenis
Ein besonderes Ereignis oder eine Gelegenheit, oft zum Feiern
Voorbeelden
Zu diesem festlichen Anlass trug er einen Anzug.
Voor deze feestelijke gelegenheid droeg hij een pak.



























