angreifen
angreifen
angʁaɪ̯fn
angraifn
anpfeifen

Definitie en betekenis van "angreifen"in het Duits

angreifen
01

aanvallen, bestormen

Feindselige Handlungen gegen jemanden oder etwas richten 
angreifen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
greifen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
greife an
3e persoon enkelvoud
greift an
onvoltooid deelwoord
angreifend
onvoltooid verleden tijd
griff an
voltooid deelwoord
angegriffen
Voorbeelden
Partisanen griffen den Konvoi nachts an. 

De partizanen vielen 's nachts de konvooi aan.

02

aanraken, betasten

Etwas mit den Händen berühren 
angreifen definition and meaning
Voorbeelden
Greif die heiße Pfanne nicht an! 

Val de hete pan niet aan!

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store