angreifen
Pronunciation
/ˈanˌɡʀaɪ̯fn̩/

Definitie en betekenis van "angreifen"in het Duits

angreifen
01

aanvallen, bestormen

Feindselige Handlungen gegen jemanden oder etwas richten
angreifen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
greifen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
greife an
3e persoon enkelvoud
greift an
onvoltooid deelwoord
angreifend
onvoltooid verleden tijd
griff an
voltooid deelwoord
angegriffen
Voorbeelden
Die Rebellen haben den Stützpunkt angegriffen.
De rebellen hebben de militaire basis aangevallen.
02

aanraken, betasten

Etwas mit den Händen berühren
angreifen definition and meaning
Voorbeelden
Das Baby greift alles neugierig an.
De baby raakt alles nieuwsgierig aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store