Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
aneignen
01
aanleren, verwerven
Etwas durch Lernen, Übung oder eigene Anstrengung erwerben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
eignen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
eigne an
3e persoon enkelvoud
eignet an
onvoltooid deelwoord
aneignend
onvoltooid verleden tijd
eignete an
voltooid deelwoord
angeeignet
Voorbeelden
Wir müssen uns neue Fähigkeiten aneignen, um konkurrenzfähig zu bleiben.
We moeten nieuwe vaardigheden verwerven om concurrerend te blijven.



























