adressieren
Pronunciation
/adʁɛˈsiːʁən/

Definitie en betekenis van "adressieren"in het Duits

adressieren
[past form: adressierte]
01

adresseren, richten

Eine Adresse auf einen Brief oder ein Paket schreiben
adressieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
adressiere
3e persoon enkelvoud
adressiert
onvoltooid deelwoord
adressierend
onvoltooid verleden tijd
adressierte
voltooid deelwoord
adressiert
Voorbeelden
Kannst du die Briefe bitte für mich adressieren?
Kun je de brieven voor mij adresseren, alsjeblieft?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store