abschicken
Pronunciation
/ˈapˌʃɪkn̩/

Definitie en betekenis van "abschicken"in het Duits

abschicken
01

verzenden, opsturen

Etwas per Post oder Nachricht wegzusenden
abschicken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
schicken
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schicke ab
3e persoon enkelvoud
schickt ab
onvoltooid deelwoord
abschickend
onvoltooid verleden tijd
schickte ab
voltooid deelwoord
abgeschickt
Voorbeelden
Sie hat die E-Mail sofort abgeschickt.
Ze heeft de e-mail meteen verzonden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store