Zoeken
abholen
01
ophalen, gaan halen
Zu einem Ort gehen oder fahren, um eine Person mitzunehmen
Voorbeelden
Er holt seine Mutter vom Flughafen ab.
Hij haalt zijn moeder op van het vliegveld.
02
ophalen, afhalen
Etwas an einem bestimmten Ort holen
Voorbeelden
Wir holen unsere Tickets am Schalter ab.
We halen onze kaartjes bij de balie op.
03
arresteren, aanhouden
Jemanden festnehmen
Voorbeelden
Wann holen sie den Verbrecher ab?
Wanneer gaan ze de crimineel arresteren?


























