abbrechen
Pronunciation
/ˈapˌbʀɛçn̩/

Definitie en betekenis van "abbrechen"in het Duits

abbrechen
01

annuleren, onderbreken

Etwas vorzeitig beenden oder nicht zu Ende führen
abbrechen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
ab
basiswerkwoord
brechen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
breche ab
3e persoon enkelvoud
bricht ab
onvoltooid deelwoord
abbrechend
onvoltooid verleden tijd
brach ab
voltooid deelwoord
abgebrochen
Voorbeelden
Die Airline brach den Flug wegen Nebels ab.
De luchtvaartmaatschappij heeft de vlucht vanwege mist geannuleerd.
02

sloppen, afbreken

Etwas physisch entfernen oder zerstören, oft durch Brechen
abbrechen definition and meaning
Voorbeelden
Die Bagger brechen das alte Gebäude ab.
De graafmachines breken het oude gebouw af.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store