l'époux
é
e
e
poux
pu
poo

Definitie en betekenis van "époux"in het Frans

01

echtgenoot, echtgenoot

personne mariée ; époux pour un homme, épouse pour une femme 
l'époux definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
singular
gender specific
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
époux
mannelijk enkelvoud
époux
vrouwelijk enkelvoud
épouse
neutral form
conjoint
Voorbeelden
Son époux travaille dans une école. 

Haar echtgenoot werkt op een school.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store