vainqueur
vainqueur
vɛ̃kœʁ
vekoer

Definitie en betekenis van "vainqueur"in het Frans

01

zegevierend, overwinnaar

qui a remporté une victoire 
vainqueur definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus vainqueur
vergrotende trap
plus vainqueur
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
vainqueur
mannelijk meervoud
vainqueurs
vrouwelijk enkelvoud
vainqueur
vrouwelijk meervoud
vainqueurs
Voorbeelden
L'équipe vainqueur a soulevé le trophée avec fierté. 

Het winnende team hief de trofee trots op.

01

winnaar, overwinnaar

personne ou équipe qui a gagné une compétition 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
vainqueurs
Voorbeelden
Le vainqueur de la course a reçu une médaille d'or. 

De winnaar van de race ontving een gouden medaille.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store