Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
tousser
01
hoesten
expulser de l'air brusquement par la bouche à cause d'une irritation des voies respiratoires
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
tousse
1e persoon meervoud
toussons
1e persoon toekomende tijd
tousserai
onvoltooid deelwoord
toussant
voltooid deelwoord
toussé
1e persoon meervoud imperfectum
toussions
Voorbeelden
Les enfants toussent souvent en hiver.
Kinderen hoesten vaak in de winter.



























