Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
taper
01
typen, schrijven
écrire au clavier d'un ordinateur ou d'une machine à écrire
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
tape
1e persoon meervoud
tapons
1e persoon toekomende tijd
taperai
onvoltooid deelwoord
tapant
voltooid deelwoord
tapé
1e persoon meervoud imperfectum
tapions
Voorbeelden
Elle tape très vite avec dix doigts.
Ze typt heel snel met tien vingers.
02
slaan, meppen
donner un coup ou une série de coups
Voorbeelden
Arrête de taper contre le mur !
Stop met kloppen tegen de muur!
Lexicale Boom
retaper
taper



























