Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La relâche
01
ontspanning, rust
détente, relâchement physique ou moral
Voorbeelden
Après une longue journée de travail, il profite d'une relâche.
Na een lange werkdag geniet hij van wat ontspanning.
02
pauze, onderbreking
pause ou interruption temporaire d'une activité ou d'un travail
Voorbeelden
Nous faisons une relâche de dix minutes pendant le cours.
We nemen een pauze van tien minuten tijdens de les.
03
pauze, onderbreking
interruption temporaire d'un spectacle, d'un théâtre ou d'une activité
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
Voorbeelden
La relâche dure une semaine avant la reprise de la pièce.
Relâche duurt een week voordat het stuk wordt hervat.



























