Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pratique
01
praktisch, nuttig
utile et facile à utiliser dans la vie quotidienne
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus pratique
vergrotende trap
plus pratique
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
pratique
mannelijk meervoud
pratiques
vrouwelijk enkelvoud
pratique
vrouwelijk meervoud
pratiques
Voorbeelden
Cette application est très pratique pour organiser mes tâches.
Deze applicatie is erg praktisch voor het organiseren van mijn taken.
02
praktisch, nuttig
qui concerne l'action réelle plutôt que la théorie
Voorbeelden
Ce stage offre une expérience pratique du métier.
Deze stage biedt een praktische ervaring van het beroep.
La pratique
01
praktijk, oefening
action de faire quelque chose pour s'exercer ou apprendre en faisant
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
Voorbeelden
La pratique est essentielle pour progresser en musique.
De praktijk is essentieel om vooruitgang te boeken in muziek.
02
gewoonte, gebruik
habitude ou manière habituelle de faire quelque chose
Voorbeelden
C'est une pratique courante dans cette région.
Praktijk is een gangbare gewoonte in deze regio.



























