Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La personne
01
persoon, mens
نفر
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
personnes
Voorbeelden
Il y avait cinq personnes dans l'appartement
Deze persoon is erg aardig.
02
zelf, eigen
خود
Voorbeelden
Il a une personne très agréable.
Hij heeft een zeer aangenaam zelf.
03
jonge vrouw
une femme jeune, souvent dans des contextes formels ou anciens
Voorbeelden
Une belle personne entre dans la pièce.
Een mooi persoon komt de kamer binnen.
04
persoon
شخص ( دستورزبان )
Voorbeelden
La première personne du singulier est "je".
De eerste persoon enkelvoud is 'ik'.
personne
01
niemand
aucun être humain, pas une seule personne
Voorbeelden
Il n'y a personne dans la maison.
Er is niemand in huis.



























