Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le ménage
01
huishoudelijke schoonmaak, huishoudelijke taken
action de nettoyer et ranger une maison ou un appartement
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
ménages
Voorbeelden
Le ménage doit être fait chaque semaine.
De schoonmaak moet elke week worden gedaan.
02
stel, echtpaar
ensemble de deux personnes mariées ou vivant ensemble
Voorbeelden
Le ménage vit dans cette maison depuis dix ans.
Het paar woont al tien jaar in dit huis.
03
gezin, huishouden
groupe de personnes vivant ensemble sous un même toit , souvent une famille
Voorbeelden
Ce ménage est composé de quatre personnes.
Dit huishouden bestaat uit vier personen.



























