Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La magie
01
magie, tovenarij
l'art ou le pouvoir de produire des effets surnaturels
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
Voorbeelden
Les enfants adorent apprendre la magie.
Kinderen houden ervan om magie te leren.
02
magie, goocheltrucs
l'art de faire des tours pour surprendre ou amuser les gens
Voorbeelden
Le magicien a réalisé une magie incroyable sur scène.
De goochelaar voerde een ongelooflijke magie uit op het podium.



























