Le lapin
[female form: lapine][gender: masculine]
01
konijn, konijntje
petit animal aux longues oreilles qui saute et mange des légumes
Voorbeelden
Les enfants jouent avec le lapin dans le jardin.
De kinderen spelen met het konijn in de tuin.
02
konijnenvlees, konijn (als vlees)
viande provenant du lapin, utilisée comme aliment
Voorbeelden
Certains préfèrent la viande de lapin aux autres viandes.
Sommigen geven de voorkeur aan konijnenvlees boven ander vlees.
lapin
01
schat, lieverd
mot tendre utilisé pour appeler quelqu'un qu'on aime
Voorbeelden
Tu es mon petit lapin préféré.
Jij bent mijn favoriete kleine konijntje.



























