Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
indiquer
01
aangeven
faire connaître quelque chose par écrit ou oralement, souvent dans un formulaire ou un document
Voorbeelden
Elle a indiqué son adresse email en bas de la lettre.
Zij gaf haar e-mailadres aan het einde van de brief aan.
02
aanduiden, aanwijzen
montrer ou signaler un lieu, une direction ou un itinéraire
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
indique
1e persoon meervoud
indiquons
1e persoon toekomende tijd
indiquerai
onvoltooid deelwoord
indiquant
voltooid deelwoord
indiqué
1e persoon meervoud imperfectum
indiquions
Voorbeelden
La flèche rouge indique le nord sur cette carte.
De rode pijl geeft het noorden aan op deze kaart.



























