Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
illustrer
01
illustreren, voorzien van afbeeldingen
accompagner un texte d'images ou de dessins pour le rendre plus clair ou attrayant
Voorbeelden
L' artiste a illustré le poème avec des aquarelles.
De kunstenaar illustreerde het gedicht met aquarellen.
02
illustreren, verduidelijken
expliquer ou clarifier quelque chose par un exemple ou une démonstration
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
illustre
1e persoon meervoud
illustrons
1e persoon toekomende tijd
illustrerai
onvoltooid deelwoord
illustrant
voltooid deelwoord
illustré
1e persoon meervoud imperfectum
illustrions
Voorbeelden
Il a illustré son argument avec une anecdote personnelle.
Hij illustreerde zijn argument met een persoonlijke anekdote.
03
verheerlijken, vereren
rendre célèbre ou mettre en valeur quelqu'un ou quelque chose par ses actions
Voorbeelden
Les exploits du sportif ont illustré son pays à l' international.
De prestaties van de sporter hebben zijn land internationaal geïllustreerd.



























