L'endroit
[gender: masculine]
01
plaats, locatie
lieu ou position où quelque chose se trouve
Voorbeelden
Nous avons trouvé un bon endroit pour nous garer.
We hebben een goede plek gevonden om te parkeren.
02
zone ou quartier dans une ville où vivent des gens
Voorbeelden
The children play in their favorite neighborhood.
De kinderen spelen in hun favoriete buurt.
03
oppervlak, voorkant
partie visible ou supérieure d'une chose
Voorbeelden
Il a touché l' endroit froid du mur.
Hij raakte het koude deel van de muur aan.
04
passage, fragment
partie précise ou zone dans un texte ou un écrit
Voorbeelden
Cet endroit est important pour le résumé.
Deze plaats is belangrijk voor de samenvatting.



























