effectuer
01
uitvoeren, verrichten
réaliser ou accomplir une action, une tâche ou une opération
Voorbeelden
Nous devons effectuer cette tâche avant la fin de la journée.
We moeten deze taak voor het einde van de dag uitvoeren.
02
plaatsvinden, uitgevoerd worden
se réaliser ou se produire, souvent pour une action ou un processus
Voorbeelden
Le transfert de données s' effectue en quelques secondes.
De gegevensoverdracht wordt uitgevoerd in enkele seconden.



























