guiser
de
de
gui
gi
gi
ser
ze
ze
défriserdégriserdégusterdéboiser

Definitie en betekenis van "déguiser"in het Frans

déguiser
01

zich vermommen, zich camoufleren

modifier son apparence en portant des vêtements ou accessoires inhabituels 
déguiser definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
déguise
1e persoon meervoud
déguisons
1e persoon toekomende tijd
déguiserai
onvoltooid deelwoord
déguisant
voltooid deelwoord
déguisé
1e persoon meervoud imperfectum
déguisions
Voorbeelden
Les enfants se déguisent pour Halloween. 

Kinderen verkleden zich voor Halloween.

02

verkleden, camoufleren

modifier l'apparence de quelqu'un ou quelque chose en cachant sa vraie nature 
déguiser definition and meaning
Voorbeelden
La mère a déguisé son fils en super-héros pour la fête. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store