Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
déguiser
01
zich vermommen, zich camoufleren
modifier son apparence en portant des vêtements ou accessoires inhabituels
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
déguise
1e persoon meervoud
déguisons
1e persoon toekomende tijd
déguiserai
onvoltooid deelwoord
déguisant
voltooid deelwoord
déguisé
1e persoon meervoud imperfectum
déguisions
Voorbeelden
L' acteur s' est déguisé en vieillard pour le film.
De acteur vermomde zich als een oude man voor de film.
02
verkleden, camoufleren
modifier l'apparence de quelqu'un ou quelque chose en cachant sa vraie nature
Voorbeelden
Il a déguisé l' arme en jouet pour la cacher.



























