digérer
01
verteren, opnemen
transformer les aliments dans l'estomac et l'intestin pour les assimiler
Voorbeelden
Elle a du mal à digérer certains aliments.
Ze heeft moeite met het verteren van bepaalde voedingsmiddelen.
02
verteren, opnemen
comprendre ou accepter quelque chose de difficile à admettre ou à assimiler
Voorbeelden
J' ai besoin de temps pour digérer tout ce que tu m' as dit.
Ik heb tijd nodig om alles wat je me hebt verteld te verteren.



























