curieux
01
nieuwsgierig, leergierig
qui veut savoir ou apprendre des choses nouvelles
Voorbeelden
Ils sont curieux de connaître la vérité.
Nieuwsgierig om de waarheid te kennen.
02
nieuwsgierig, bemoeiziek
qui s'intéresse trop aux affaires des autres, sans y être invité
Voorbeelden
Il a un regard curieux quand on parle.
Hij heeft een nieuwsgierige blik als mensen praten.
03
vreemd, merkwaardig
qui est inhabituel, étrange ou surprenant
Voorbeelden
Cette situation est vraiment curieuse.
Deze situatie is echt vreemd.



























