Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le ciseau
01
beitel, steekbeitel
outil tranchant utilisé pour tailler le bois, la pierre, le métal ou d'autres matériaux
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
ciseaux
Voorbeelden
Le sculpteur utilise un ciseau pour tailler le marbre.
De beeldhouwer gebruikt een beitel om het marmer te beitelen.
02
schaar, snijder
outil à lame tranchante utilisé pour couper ou ajuster des matériaux fins
Voorbeelden
J'ai besoin d'un ciseau pour découper ce tissu.
Ik heb een ciseau nodig om deze stof te knippen.



























