Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le canard
01
eend, woerd
oiseau aquatique avec un bec large, souvent élevé pour sa viande ou ses plumes
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
canards
Voorbeelden
Le canard nage sur le lac.
De eend zwemt op het meer.
02
eend, eendenvlees
viande provenant du canard, utilisée en cuisine
Voorbeelden
Nous mangeons du canard rôti ce soir.
Vanavond eten we geroosterde eend.
03
krant, tijdschrift
journal ou magazine , souvent utilisé familièrement pour parler d'un journal
Voorbeelden
J'ai lu un article intéressant dans le canard ce matin.
Ik heb vanmorgen een interessant artikel in de krant gelezen.
04
gerucht, roddel
information fausse ou exagérée que l'on raconte, souvent pour tromper ou faire rire
Voorbeelden
Il y a un canard qui circule sur son départ.
Er gaat een canard rond over zijn vertrek.



























