Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le cabinet
01
dokterspraktijk, spreekkamer
pièce ou local où un médecin reçoit ses patients
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
cabinets
Voorbeelden
Le cabinet du médecin se trouve au centre-ville.
De praktijk van de dokter bevindt zich in het centrum van de stad.
02
kantoor, praktijk
bureau ou lieu où une personne exerce son activité professionnelle, souvent pour des professions libérales
Voorbeelden
Elle travaille dans un cabinet d'avocats réputé.
Ze werkt in een gerenommeerd advocatenkantoor.
03
kast, kabinet
petit meuble avec des portes, servant à ranger des objets
Voorbeelden
Il a rangé la vaisselle dans le cabinet de la cuisine.
Hij heeft het servies in de kast van de keuken opgeruimd.
04
kabinet, ministerraad
groupe de ministres dirigé par le chef du gouvernement
Voorbeelden
Le président a nommé un nouveau cabinet après les élections.
De president benoemde een nieuw kabinet na de verkiezingen.



























