Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le bureau
01
bureau, werktafel
meuble où l'on travaille ou écrit
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bureaux
Voorbeelden
J'ai acheté un nouveau bureau pour mon travail.
Ik heb een nieuwe bureau voor mijn werk gekocht.
02
kantoor, bureau
endroit où on travaille, souvent une pièce ou un local professionnel
Voorbeelden
Il travaille dans un bureau au centre-ville.
Hij werkt in een kantoor in het centrum van de stad.
03
bestuur, directie
groupe de personnes qui dirigent une organisation ou une association
Voorbeelden
Le bureau de l'association se réunit chaque mois.
Het bestuur van de vereniging komt elke maand bijeen.



























