Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le bois
01
bos, woud
étendue d'arbres, espace forestier
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bois
Voorbeelden
Nous nous promenons souvent dans le bois.
We wandelen vaak in het bos.
02
hout, brandhout
matière dure des arbres , utilisée comme matériau
Voorbeelden
Ce meuble est en bois massif.
Dit meubel is gemaakt van hout massief.



























