Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
agresser
01
aanvallen, overvallen
attaquer quelqu'un avec violence ou force
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
agresse
1e persoon meervoud
agressons
1e persoon toekomende tijd
agresserai
onvoltooid deelwoord
agressant
voltooid deelwoord
agressé
1e persoon meervoud imperfectum
agressions
Voorbeelden
Les soldats ont agressé l' ennemi pendant la bataille.
De soldaten vielen de vijand aan tijdens de slag.
02
verbaal aanvallen, mondeling aanvallen
dire des choses blessantes ou critiquer violemment quelqu'un
Voorbeelden
Les manifestants ont agressé le maire avec des insultes.
De demonstranten beledigden de burgemeester met beledigingen.



























