Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
aggraver
01
verergeren, intensiveren
augmenter l'intensité ou la gravité de quelque chose de négatif
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
aggrave
1e persoon meervoud
aggravons
1e persoon toekomende tijd
aggraverai
onvoltooid deelwoord
aggravant
voltooid deelwoord
aggravé
1e persoon meervoud imperfectum
aggravions
Voorbeelden
La chaleur a aggravé la fatigue des athlètes.
De hitte verergerde de vermoeidheid van de atleten.
02
verergeren, verslechteren
rendre une situation, un problème ou un état plus sérieux ou plus difficile
Voorbeelden
Le retard des secours a aggravé la crise.
De vertraging van de hulp verergerde de crisis.



























