Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
visualizar
01
visualiseren, zich voorstellen
formar una imagen mental de algo o representarlo gráficamente
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
visualizo
3e persoon enkelvoud
visualiza
onvoltooid deelwoord
visualizando
onvoltooid verleden tijd
visualizó
voltooid deelwoord
visualizado
Voorbeelden
Los niños visualizaron la historia que les leían como si fuera una película.
De kinderen visualiseerden het verhaal dat aan hen werd voorgelezen alsof het een film was.



























