Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
agredir
01
aanvallen, agresseren
atacar o causar daño físico o verbal a alguien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
agredo
3e persoon enkelvoud
agrede
onvoltooid deelwoord
agrediendo
onvoltooid verleden tijd
agredió
voltooid deelwoord
agredido
Voorbeelden
El hombre agredió a su vecino durante la discusión.
De man viel zijn buurman aan tijdens de discussie.



























