Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
desmenuzar
01
verkruimelen, in kleine stukjes breken
deshacer algo en partes o migas muy pequeñas
Voorbeelden
Desmenuzó la galleta sobre el helado.
Verkruimelde de koek over het ijs.
02
analyseren, onderzoeken
analizar o examinar algo con mucho detalle
Voorbeelden
El detective desmenuzó cada pista del caso.
De detective ontleedde elke aanwijzing van de zaak.



























