Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Agente
01
agent, vertegenwoordiger
una persona o empresa que actúa en nombre de otra en negocios, arte o deportes
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
agentes
Voorbeelden
El agente negoció el contrato del futbolista.
De agent onderhandelde over het contract van de voetballer.
02
politieagent, politiebeambte
un miembro de la policía, especialmente uno que patrulla las calles
Voorbeelden
El agente de policía dirige el tráfico.
De agent van de politie leidt het verkeer.
03
agent, ambtenaar
una persona que trabaja para una organización, especialmente un servicio gubernamental o de seguridad
Voorbeelden
El agente federal investiga el caso.
De federale agent onderzoekt de zaak.



























