Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
apostar
01
wedden, inzetten
arriesgar dinero o algo en un juego o evento esperando ganar más
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
apuesto
3e persoon enkelvoud
apuesta
onvoltooid deelwoord
apostando
onvoltooid verleden tijd
aposté
voltooid deelwoord
apostado
Voorbeelden
Voy a apostar cinco euros en el partido de fútbol.
Ik ga vijf euro wedden op de voetbalwedstrijd.



























