Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
escasear
[past form: escaseé][present form: escaseo]
01
schaars zijn, ontbreken
haber poca cantidad de algo
Voorbeelden
El dinero escasea cuando no hay trabajo.
Geld schaars is als er geen werk is.
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
schaars zijn, ontbreken