Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El cuerpo
01
lichaam, organisme
conjunto de partes físicas que forman un ser humano o animal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
Cuerpos
Voorbeelden
El cuerpo humano tiene muchos órganos.
Het menselijk lichaam heeft veel organen.
02
afdeling, eenheid
grupo o unidad organizada que forma parte de una estructura mayor
Voorbeelden
El cuerpo del edificio está en reparación.
Het hoofdgedeelte van het gebouw wordt gerepareerd.
03
lichaam
conjunto organizado de personas que forman una institución o realizan una función común
Voorbeelden
El cuerpo docente se reunió para discutir el nuevo plan.
Het onderwijzend personeel kwam bijeen om het nieuwe plan te bespreken.
04
lijk, lichaam
el organismo físico de una persona o animal cuando está muerto
Voorbeelden
Encontraron el cuerpo en el río.
Ze vonden het lichaam in de rivier.



























