aprender
Pronunciation
/ˌapɾɛndˈɛɾ/

Definitie en betekenis van "aprender"in het Spaans

aprender
01

leren

adquirir conocimiento o habilidad
aprender definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
aprendo
3e persoon enkelvoud
aprende
onvoltooid deelwoord
aprendiendo
onvoltooid verleden tijd
aprendí
voltooid deelwoord
aprendido
Voorbeelden
Aprender un nuevo idioma requiere práctica.
Een nieuwe taal leren vereist oefening.
1.1

leren

adquirir conocimiento o habilidades
aprender definition and meaning
Voorbeelden
Los niños aprenden jugando.
Kinderen leren door te spelen.
02

uit het hoofd leren, memoriseren

memorizar o aprender de memoria
aprender definition and meaning
Voorbeelden
Nos aprendimos todas las tablas de multiplicar.
We hebben alle tafels uit het hoofd geleerd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store