Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
edificar
01
bouwen, oprichten
construir un edificio o una estructura
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
edifico
3e persoon enkelvoud
edifica
onvoltooid deelwoord
edificando
onvoltooid verleden tijd
edifiqué
voltooid deelwoord
edificado
Voorbeelden
Sobre esas ruinas, se edificó una nueva iglesia.
Op die ruïnes werd een nieuwe kerk gebouwd.



























