Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
desplazar
01
verplaatsen, zich verplaatsen
moverse o cambiar de lugar
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
desplazo
3e persoon enkelvoud
desplaza
onvoltooid deelwoord
desplazando
onvoltooid verleden tijd
me desplacé
voltooid deelwoord
desplazado
Voorbeelden
Se desplazan a pie cuando hace buen tiempo.
Ze verplaatsen zich te voet als het mooi weer is.
02
scrollen, verschuiven
mover contenido en la pantalla hacia arriba, abajo, izquierda o derecha
Voorbeelden
En el móvil, puedes desplazar con el dedo hacia arriba o abajo.
Op mobiel kun je met je vinger omhoog of omlaag scrollen.



























