Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El tráfico
01
verkeer, stroom
circulación de vehículos por calles, carreteras u otras vías
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Hay mucho tráfico en la ciudad por la mañana.
Er is veel verkeer in de stad 's ochtends.
02
handel, uitwisseling
actividad de comprar y vender productos de manera legal
Voorbeelden
El tráfico de productos agrícolas es importante para la economía.
Het verkeer van landbouwproducten is belangrijk voor de economie.
03
handel
comercio o intercambio de bienes prohibidos o ilegales
Voorbeelden
Fue detenido por tráfico de drogas.
Hij werd gearresteerd voor handel in drugs.



























