Zoeken
El tráfico
[gender: masculine]
01
verkeer, stroom
circulación de vehículos por calles, carreteras u otras vías
Voorbeelden
La policía regula el tráfico en las horas pico.
De politie reguleert het verkeer tijdens de spitsuren.
02
handel, uitwisseling
actividad de comprar y vender productos de manera legal
Voorbeelden
El país depende del tráfico de textiles.
Het land is afhankelijk van het verkeer van textiel.
03
handel
comercio o intercambio de bienes prohibidos o ilegales
Voorbeelden
La policía combate el tráfico de personas.
De politie bestrijdt mensenhandel.



























