Zoeken
organizar
[past form: organicé][present form: organizo]
01
organiseren, ordenen
disponer o arreglar elementos o actividades de manera ordenada
Voorbeelden
El equipo organizó un evento benéfico.
Het team organiseerde een liefdadigheidsevenement.
02
zichzelf organiseren, zichzelf structureren
planificar el propio tiempo o actividades para ser más eficiente
Voorbeelden
Él se organiza usando una agenda electrónica.
Hij organiseert zichzelf met een elektronische planner.



























