Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
limpiar
01
schoonmaken
quitar la suciedad de algo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
limpio
3e persoon enkelvoud
limpia
onvoltooid deelwoord
limpiando
onvoltooid verleden tijd
limpié
voltooid deelwoord
limpiado
Voorbeelden
Nosotros limpiamos el coche.
Wij reinigen de auto.
02
zich wassen, zich schoonmaken
limpiar o asear el propio cuerpo o algo cercano a uno mismo
Voorbeelden
Los niños se limpian después de jugar en el barro.
De kinderen zichzelf schoonmaken na het spelen in de modder.



























