limpiar
Pronunciation
/limpjˈaɾ/

Definitie en betekenis van "limpiar"in het Spaans

limpiar
01

schoonmaken

quitar la suciedad de algo
limpiar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
limpio
3e persoon enkelvoud
limpia
onvoltooid deelwoord
limpiando
onvoltooid verleden tijd
limpié
voltooid deelwoord
limpiado
Voorbeelden
Nosotros limpiamos el coche.
Wij reinigen de auto.
02

zich wassen, zich schoonmaken

limpiar o asear el propio cuerpo o algo cercano a uno mismo
Voorbeelden
Los niños se limpian después de jugar en el barro.
De kinderen zichzelf schoonmaken na het spelen in de modder.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store