Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
lavar
[past form: lavé][present form: lavo]
01
wassen
quitar la suciedad con agua u otro líquido
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
lavo
3e persoon enkelvoud
lava
onvoltooid deelwoord
lavando
onvoltooid verleden tijd
lavé
voltooid deelwoord
lavado
Voorbeelden
¿ Puedes lavar el coche, por favor?
Kun je de auto wassen, alsjeblieft?
02
zich wassen
limpiarse el cuerpo o una parte del cuerpo con agua y jabón
Voorbeelden
Los niños se lavan después de jugar en el parque.
De kinderen wassen zich na het spelen in het park.



























