Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
trabajar
[past form: trabajé][present form: trabajo]
01
werken
realizar una actividad para producir algo o ganar dinero
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
trabajo
3e persoon enkelvoud
trabaja
onvoltooid deelwoord
trabajando
onvoltooid verleden tijd
trabajé
voltooid deelwoord
trabajado
Voorbeelden
¿ Dónde trabajas?
Werken
02
werken, functioneren
funcionar o realizar correctamente una actividad o propósito
Voorbeelden
El sistema trabaja sin conexión a internet.
Het systeem werkt zonder internetverbinding.



























